Nieuwsbericht

Vandaag kwam ik onderstaand artikel tegen op...

19 april 2023 | 4 minuten lezen

Vandaag kwam ik onderstaand artikel tegen op Zorgvisie. Het is de moeite waard om het te lezen. Mijn conclusie is dat we in Friesland behoorlijk op de goede weg zijn. Zo hebben we missie-gedreven doelen op de 4 levensfasen (Lyts, Jong, Grut en Wiis) geformuleerd. Deze worden momenteel door de leden van onze adviesraad kritisch bekeken.

Het lukt mij helaas niet om het het artikel in PDF format van de Zorgvisie site te halen. Om deze reden alleen een kopie van de tekst zonder opmaak.

RVS: ‘Zet gezondheidsdoelen in de wet’

Samira Ahli
Er is een Deltaplan nodig om de volksgezondheid weer de prioriteit te geven die ze verdient. Dat begint met het wettelijk verankeren van gezondheidsdoelen. Een regeringscommissaris voor de volksgezondheid moet het proces om tot deze doelen te komen, gaan leiden. Dat schrijft de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) in het advies ‘Op onze gezondheid: De noodzaak van een sterkere publieke gezondheid’.


Jet Bussemaker, voorzitter Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.

Als het over de volksgezondheid gaat, heeft Nederland de afgelopen jaren terrein verloren. In de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden Nederlanders nog de langste levensverwachting in Europa. Nu is Nederland afgezakt naar de middenmoot. De helft van de Nederlanders heeft een of meer chronische ziekten. Ook zijn er in Nederland grote sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Theoretisch opgeleiden leven niet alleen langer dan praktisch opgeleiden, ze hebben vooral veel meer gezonde jaren, tot wel vijftien jaar.

Niet sexy, wel cruciaal
De volksgezondheid komt verder onder druk door onder meer slechter milieu en klimaat en infectieziekten, maar de urgentie lijkt niet altijd gevoeld te worden. Publieke gezondheid is niet sexy, maar wel cruciaal, zo is te lezen in het voorwoord van RVS-voorzitter Jet Bussemaker bij het advies, dat dinsdag op de Dag van de Preventie aan GGD GHOR-voorman André Rouvoet wordt aangeboden. Het publieke debat gaat vaak over personeelstekorten in de zorg, wachtlijsten en IC-capaciteit, zelden over de taken van de GGD of over vaccinaties. “Ja, de tv-series gaan ook over ziekenhuizen. Het werk van de GGD spreekt misschien minder tot de verbeelding. Je gaat pas zien wat het belang is als er een gat valt, zoals bij een pandemie”, zegt Bussemaker hierover. “Maar het is een taak van de overheid om het fundament te versterken, ook als er geen pandemie is.”

Zuinig als het gaat over preventie
Bussemaker wijst erop dat de GGD’en in de coronatijd weliswaar veel goed werk hebben gedaan, maar dat ze het ook heel moeilijk hebben gehad. “Tussen de GGD’en waren grote verschillen in middelen, in de manier waarop ze worden aangestuurd en in hun relatie met de gemeenten die ze bedienen. Nu de GGD’en weer terug kunnen naar hun gewone taken, moeten ze beter in staat worden gesteld om die uit te voeren. Als het gaat over preventie, zouden GGD’en bijvoorbeeld veel meer kunnen doen. Daar moeten we in investeren. Zoals het nu is, investeren we heel aan het eind, als mensen al ziek zijn, en zijn we heel zuinig als het gaat over preventie.”

Bemensing
Volgens de RVS moet er een onderzoek komen naar de verschillen in financiële en personele middelen tussen GGD’en. Duidelijk is wel dat daar flink wat bij moet. “Investeer fors in de bemensing van GGD’en”, zegt de raad. “Verruim zo nodig de veldnormen voor beschikbaarheid van professionals en bevorder de instroom in de opleidingen. Ga hierbij uit van de benodigde capaciteit om zowel reguliere taken uit te kunnen uitvoeren als te kunnen inspelen op nieuwe uitdagingen en risico’s voor de volksgezondheid. Behoud en versterk waar nodig de inbedding van GGD’en in gemeenten, maar borg de onafhankelijke adviesfunctie van GGD’en.”

Leefstijl
De raad ziet dat er de afgelopen jaren wel meer aandacht is gekomen voor het bevorderen van de volksgezondheid. Dat vertaalt zich in landelijke en regionale preventie-akkoorden, het recentelijk gesloten Integraal Zorgakkoord (IZA), het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Deze programma’s richten zich echter vooral op de individuele leefstijl van mensen. De oplossing wordt vooral gezocht bij de zorgsector. Dit terwijl andere factoren minstens zo bepalend kunnen zijn voor de gezondheid, zoals bestaanszekerheid, de leefomgeving, het milieu en het onderwijs.

Houtje-touwtje
“Het IZA en het GALA zijn een begin, maar gaan niet ver genoeg”, zegt ook RVS-voorzitter Bussemaker. “Ze zijn nog erg gericht op zorg verminderen. Het moet veel breder en er moet een duidelijkere, landelijke aansturing zijn. Er zijn namelijk ook los van IZA en GALAveel afzonderlijke projecten van de overheid. Veel van die programma’s zijn heel sympathiek in hun bedoeling en verdienen navolging, zoals Kansrijke Start voor de eerste 1000 dagen van een kind. Maar je moet je wel afvragen hoe de verschillende programma’s zich tot elkaar verhouden. Nu is de aandacht voor volksgezondheid niet structureel en de uitvoering vaak nog houtje-touwtje.”

Deltaplan publieke gezondheid
Om de publieke gezondheid de plek te geven die ze – gezien de urgentie – verdient, gaat het advies verder dan alleen het versterken van de positie van de GGD’en met meer mensen en middelen. Volgens de raad moet er een Deltaplan voor de publieke gezondheid komen. Net als destijds bij het Deltaplan, dat Nederland moest beschermen tegen het water, moeten de doelen in de wet worden vastgelegd. Dat moet ervoor zorgen dat het beleid kan loskomen van de vierjaarlijkse politieke cycli. Wettelijke gezondheidsdoelen moeten verplichtend worden voor alle betrokken overheidslagen. Het geeft burgers bovendien een instrument om zo nodig via de politiek verantwoording te vragen.

Regeringscommissaris voor volksgezondheid
Langetermijndoelen moeten niet gaan over individuele parameters, zoals een bepaald percentage minder mensen met overgewicht. Leefstijl en gedrag zijn namelijk vaak symptomen met achterliggende maatschappelijke oorzaken waarvoor collectieve aanpak gewenst is. De doelen zouden een meer missie-gedreven formulering moeten hebben, zoals bijvoorbeeld: in 2030 moet Nederland tot de top 5 in de EU behoren wat betreft de gezonde levensverwachting. De wettelijke doelen ook moeten ruimte laten voor betrokken partijen om te bepalen hoe zij daaraan werken.
Om deze wettelijke gezondheidsdoelen te helpen formuleren, raadt de RVS aan een regeringscommissaris voor de volksgezondheid aan te stellen. De Gezondheidscommissaris moet ervoor zorgen dat er beter over de domeinen en over de ministeries heen wordt samengewerkt. De speciale commissaris moet ook zijn oor te luisteren leggen bij de samenleving en burgers betrekken.

Geen beleid stapelen, wel kijken wat succesvol is
De RVS adviseert ook vooral de lessen te trekken uit de programma’s die er wel al zijn, zoals Kansrijke Start. “We zijn zeer beducht voor het stapelen van beleid”, zegt Jet Bussemaker hierover. “Een transitie betekent vooral dingen anders gaan doen. Wat we vooral nodig hebben is samenhang. Het gaat niet van de ene op de andere dag, maar een heldere opdracht is wel een voorwaarde. Laten we ook kijken: wat is succesvol, wat wordt gedragen?”

Tot slot pleiten Bussemaker en de RVS vooral voor een bredere blik op publieke gezondheid. “Een kind dat met ontbijt naar school gaat, kan beter leren. Een betere volksgezondheid betekent ook een hogere arbeidsproductiviteit. We moeten niet alleen aandacht hebben voor de aandoening, maar ook voor de context van mensen. Als je ziet dat mensen steeds weer terug komen op een spoedeisende hulp, dan spelen daar vaak andere factoren dan alleen medisch. Daar ligt een rol voor de maatschappelijke ondersteuning. Publieke gezondheid gaat over veel meer dan de individuele leefstijl en verdient een aanpak die verschil maakt, zoals ooit de stadshygiëne en de Woningwet dat hebben gedaan.”